Laumen Expertise B.V.

Da Vincilaan 33
6716 WC Ede

T 0318- 629 429
F 0318- 656 860
E info@laumenreo.nl

KVK : 6629849
CBP-registratie: m1234975
Algemene Voorwaarden

PIV 2015
giraffe

Overlijdensschade

 

Op grond van art. 6:108 BW kunnen nabestaanden twee schadeposten vorderen, te weten schade door derving levensonderhoud en kosten lijkbezorging. De omvang van het recht op vergoeding van het gederfde levensonderhoud varieert voor de verschillende groepen nabestaanden die zijn opgesomd in lid 1 onder sub a t/m d.

De vorderingsgerechtigden

A: Echtgenoot (niet gescheiden) en minderjarige kinderen
Het vorderingsrecht strekt tot ten minste het bedrag van het krachtens de wet verschuldigde levensonderhoud.
Minimaal zouden deze nabestaanden een vordering hebben, afgeleid van het minimumloon. Het levensonderhoud behoeft op het moment van overlijden nog niet feitelijk verstrekt te zijn, men mag rekening houden met toekomstige te verwachten ontwikkelingen (postuum kind).

B: Andere bloed- of aanverwanten:
Hieronder worden verstaan: ouders, grootouders, kleinkinderen, meerderjarige kinderen, stiefkinderen, schoonkinderen, broers en zusters.
Hier geldt wel voor dat er voor het overlijden sprake moet zijn van onderhoud (geheel of ten dele) door de overledene.

C: In gezinsverband samenwonenden met de overledene:
Hier is het criterium, dat de overledene de nabestaanden ‘geheel of voor een groot deel’ onderhield.

D: In gezinsverband samenwonenden met de overledene:
Hier is het criterium, dat de overledene de nabestaanden ‘geheel of voor een groot deel’ onderhield door het voeren van een gemeenschappelijke huishouding, m.a.w. onderhoud in natura (de gekapitaliseerde huishoudster)

Als een jong kind overlijdt zal er meestal geen levensonderhoud worden gederfd. Afhankelijk van de leeftijd kan aan een vordering sub D worden ingesteld.

Buiten deze vorderingsgerechtigden heeft niemand enige aanspraak.
Voorbeeld: al dreef de onderneming op een firmant, die overleden is, er is geen vorderingsrecht.