Laumen Expertise B.V.

Da Vincilaan 33
6716 WC Ede

T 0318- 629 429
F 0318- 656 860
E info@laumenreo.nl

KVK : 6629849
CBP-registratie: m1234975
Algemene Voorwaarden

PIV 2015
giraffe

overlijdensschade ex6:108BW (oud)

 

Een overlijdensschadeberekening ex 6:108BW – Oud – begint bij het (totale) netto gezinsinkomen. Van dit inkomen worden de vaste en variabele lasten betaald.

Vaste lasten
Vaste lasten zijn die lasten, die niet afhankelijk zijn van de gezinssamenstelling en die niet of nauwelijks wijzigen door het overlijden. Dit zijn bijvoorbeeld de vaste lasten van
de woning. Men gaat ervan uit dat de achtergeblevene en kinderen recht en belang hebben om de woonstatus te blijven behouden. De vaste lasten blijven dus.
Het gaat daarbij in concreto onder andere om woonlasten, gas en elektra, aanschaf en onderhoud van meubelen, linnengoed en huishoudelijke apparaten. De rechtbank Rotterdam heeft een duidelijke definitie van vast en variabele lasten gegeven in april 2012

Uitzondering hierop zijn de rentelasten in verband met een hypotheek. Die behoren wel tot de vaste lasten, maar kunnen na het overlijden wijzigen, door het vrijkomen van een verzekering, die gekoppeld was aan de hypotheek.

Na het overlijden zijn de vaste lasten in principe gelijk aan de vaste lasten zonder overlijden. Deze lasten dienen nog steeds betaald te worden.

Vaste lasten dienen zo concreet mogelijk meegenomen te worden. Indien dit echt niet kan, dienen we het percentage van het netto inkomen te schatten, dat besteed werd aan de vaste lasten.

Vaste lasten worden toegerekend aan alle nabestaanden. Door het arrest van de Hoge Raad op 21 februari 1992 (VR 1992,99) is de totale gezinsschade gestegen. De kinderen krijgen een grotere behoefte.

Verdeling achtergebleven partner en kinderen 2: 1(:1:1 enz.). De volgende omstandigheden zouden kunnen leiden tot een andere verdeling van de vaste lasten dan ouder : kind = 2 : 1.

– Een gehandicapt kind of een gehandicapte ouder.
– Een uitwonend minderjarig kind.
– Een inwonend verdienend kind.
– Een medegebruik van de woning als praktijkruimte van één van de nagelaten betrekkingen.
– Het verrichten van onderhoudswerkzaamheden door één van de nagelaten betrekkingen.
– Een afwijkend patroon van uitgaven.

Variabele lasten
Variabele lasten hebben betrekking op het consumptieve of het besteedbare variabele inkomen van elk gezinslid. Die zijn dus afhankelijk van de gezinssamenstelling. Vaak neemt men voor deze splitsing een bepaald percentage. Afhankelijk van de hoogte van het inkomen schommelt het percentage vaste lasten tussen de 30% en 45%.
Het variabel besteedbaar inkomensdeel van de overledene is geen last meer en dient bij de schadebepaling ook niet meer te worden betrokken. Dit deel variabel besteedbaar inkomen noemt men de “vrijval”.
Na bepaling van het resterend besteedbaar consumptief inkomen moet dit over de nabestaanden worden verdeeld. Dit geschiedt meestal op basis van de Amsterdamse Voedingsschaal, of modernere schalen. Deze schalen zijn gebaseerd op wat de afzonderlijke gezinsleden aan voeding consumeren. Er is kritiek op, maar de schalen geven wel enig houvast voor de berekening.

Volgens deze schaal, daterend uit 1917 (!!), worden aan iedereen die tot het gezin behoort punten toegekend, afhankelijk van de leeftijd. De schaal is gebaseerd op wat de gezinsleden elk aan voeding consumeren. Deze rekenmethodiek is erg gedateerd en er is veel kritiek op.
Het is gebruikelijk om, in tegenstelling tot wat de schalen aangeven, het aandeel van de man en de vrouw in de variabele lasten beide op 100 te stellen.
En kinderen vanaf 18 jaar? Zijn zij volwassen, dus moeten zij 100 punten krijgen, of dienen ze op het peil van de 17-jarige gehouden te worden, oftewel 80 punten? Hier blijft nog steeds discussie over.

Toerekening
Na overlijden dient gekeken te worden aan wie een bepaald inkomen toekomt, omdat wij te maken hebben met een gescheiden vorderingsrecht. In dit kader wordt gesproken over de Gezinspot (G) en de Persoonlijke pot (P).

Inkomen uit dienstverband en inkomen vanuit de Sociale Wetgeving (behalve de ANW-uitkering) worden normaliter toegewezen aan de Gezinspot. Dit houdt in dat het netto inkomen volgens de Amsterdamse schaal over de achtergeblevenen wordt verdeeld.

Hierbij dient men zich wel te realiseren, dat het onderhoud van de achtergebleven partner, door deze manier van toebedelen hoger is, dan in de situatie voor overlijden.

De ANW-uitkering wordt aan de achtergebleven partner persoonlijk toegerekend.

Het nabestaanden- en wezenpensioen worden aan de desbetreffende personen persoonlijk toegerekend.