Laumen Expertise B.V.

Da Vincilaan 33
6716 WC Ede

T 0318- 629 429
F 0318- 656 860
E info@laumenreo.nl

KVK : 6629849
CBP-registratie: m1234975
Algemene Voorwaarden

PIV 2015
giraffe

Contante waarde en kapitaliseren

 

Kapitaliseren is het berekenen van het bedrag, dat heden weggezet worden om, rekening houdend met rente, inflatie en sterftekans, ieder jaar het verlies aan arbeidsvermogen of gederfd levensonderhoud te compenseren.

Inflatie
Inflatie zorgt er onder andere voor dat geld in waarde afneemt. Om in de toekomst aan waarde hetzelfde bedrag in handen te hebben als het bedrag dat op peil van het kapitalisatiejaar is berekend, moet de invloed van de inflatie bepaald worden.

Rente
Rente zorgt ervoor dat een kapitaal aanwast in de loop der tijd. Eigenlijk betaalt de instantie waar het geld wordt bewaard, meestal de bank of de beleggingsinstelling, mee aan het totale kapitaal dat nodig is om het verlies verdienvermogen te compenseren.

Sterftekans, statistische eindleeftijd
Als laatste moet de invloed van de sterftekans bepaald worden. Aan de hand van de sterftetabel wordt berekend wat de kans is dat iemand over bijv. 5 jaar nog in leven is. De sterftekans houdt eigenlijk in dat iemand elk jaar een stukje dood gaat. Wanneer de sterftekans toegepast wordt, wordt er gerekend tot 100-jarige leeftijd.
Er kan ook voor gekozen worden om een statische eindleeftijd overeen te komen. Een statische eindleeftijd is niks anders dan een overlijdensleeftijd. Als voor deze optie gekozen wordt, dient er uiteraard geen sterftekans meer meegenomen te worden: dan zou iemand twee keer dood gaan.

Fiscale component
Betrokkene moet uit deze voorziening zijn jaarlijks verschuldigde belasting over het (fictieve) rendement uit de afkoopsom aan de fiscus af te dragen. Het te halen rendement uit sparen en beleggen is door de wetgever gesteld op 4%. Hierover moet 30% heffing betaald worden in Box 3. Het bedrag waarover 1,2% belasting geheven wordt, is het vermogen op 1 januari van enig jaar, anders genoemd de grondslag. Wel geldt een heffingsvrij vermogen per persoon. Aangezien een afkoopsom persoonsgebonden is, wordt van dit heffingsvrije vermogen uitgegaan. Leeftijd is ook van invloed op het heffingsvrije vermogen. Hier kan duidelijkheid verschaft worden door aangiften en almanakken. Is men ouder dan de AOW-leeftijd, dan geldt er tot 2016 een extra vrijstelling volgens een tabel ouderentoeslag.

Rekenrente
Onder rekenrente wordt verstaan: De factor waarin rente, inflatie en fiscale component verdisconteerd zijn.
Wanneer er in de branche gesproken wordt over rekenrente, wordt er echter vaak iets anders bedoeld, namelijk: rente -/- inflatie. M.a.w. er wordt gezegd: wij rekenen met 3% rekenrente, maar er wordt bedoeld: Wij rekenen met 6% rendement, 3% inflatie en nemen de fiscale componenten afzonderlijk mee.
Maar is het niet zo dat met 3% rekenrente ook de volgende verdelingen bedoeld kunnen worden: 4% rendement-1% inflatie of 10% rendement-7% inflatie. De uitkomsten zullen wezenlijk anders zijn!!
Om Babylonische spraakverwarringen te voorkomen is het aan te raden om de percentages rendement en inflatie afzonderlijk te benoemen. Zo wordt ook voor alle partijen duidelijk zichtbaar hoe hoog de eventuele fiscale component is, zodat er geen onduidelijkheid kan zijn of dit onderdeel nu wel of niet vergoed is.